PREVENTIE OP HET DUWTJE KANTOOR

Voorkomen is beter dan genezen, een oude tegeltjeswijsheid die de afgelopen jaren geen enkele zorgprofessional is ontgaan. Vanuit allerlei hoeken wordt het belang om gezond leven te stimuleren erkend. “Geen pillendieet, maar een leefstijl op recept! Dat is de toekomst van onze gezondheidszorg”, aldus vereniging Arts en Voeding.

Eind vorige maand deed het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport daar nog een schepje bovenop in de vorm van een Nationaal Preventieakkoord, met allerlei manieren om obesitas, roken en problematisch alcoholgebruik tegen te gaan. Niet voor niets, want we zijn er nog lang niet als het gaat om ultiem gezond leven. Ook bij Duwtje doen we ons best, maar dat gaat niet altijd van harte. Het gaat al weer een paar weken goed, maar er zijn tijden dat we wennen aan het dagelijkse vreugdemoment waarop blijkt dat een van ons chocola mee heeft genomen. Ook zijn we allemaal regelmatig te vinden in de dans-/sportschool, maar is een lunchwandeling op ons kantoor een nog onbekend begrip.

WELKE DUWTJES GEVEN WIJ ONSZELF?

 

Staan we dan allemaal te springen om een kilootje te veel of een verhoogd risico op allerlei vervelende ziekten? Natuurlijk niet, maar we zijn simpelweg net zo menselijk als de mensen voor wie we onze interventies ontwerpen. Eén voordeel: als gedragswetenschappers kunnen wij het natuurlijk niet laten om ons feilbare denken en gedrag eens even goed te analyseren en er een paar psychologische technieken op los te laten. Een greep uit de manieren waarop wij onszelf een duwtje in de goede richting geven:

1

NIEUWE START? NIEUWE GEWOONTES!

 

Finn begon bij Duwtje en stopte met koffie. Tijdens zijn studententijd had hij de gewoonte om zo vijf, zes koppen koffie op een dag te drinken. Met het tekenen van een contract bij Duwtje besloot hij meteen de habit discontinuity hypothesis te testen. Deze theorie stelt dat je het beste in een nieuwe omgeving kan beginnen met een nieuwe gewoonte. Het is veel moeilijker om een gewoonte af te leren in een context waarin je hem ook aanleerde. In die oude context heb je namelijk van allerlei zaken gekoppeld aan je slechte gewoonte, zoals het koffiezetapparaat van de bibliotheek of de vriend die om het uur een nieuw bakkie haalt. In een nieuwe context zijn deze triggers er niet en zou het dus makkelijker moeten zijn om je oude gewoonte af te leren. Drie maanden later heeft Finn nog geen kop koffie op. Wel cappuccino, maar dat is naar zijn zeggen een ander verhaal. “Daar drink ik er geen zes per dag van.” Welke psychologische theorie we daar op moeten plakken is ons nog niet helemaal duidelijk, maar we moeten hem nageven dat we hem nog niet hebben kunnen betrappen op meer dan twee cappucino’s per dag.

 

VOORKOM HET ‘WHAT THE HELL’ EFFECT

Aranka eet op maandag geen koekjes, want dan is de hele week verpest Net als vele mensen die proberen minder (ongezond) te eten, is zij gevoelig voor het What the Hell – effect: de neiging om zwart-wit te denken als het gaat om (dieet)doelen, met als gevolg: “Ik mocht vandaag geen koekjes, maar heb er toch één op. Ik heb het dus verpest en kan nu net zo goed die hele rol opeten”. Rationeel is het niet, want er zit natuurlijk een enorm verschil tussen één koekje en een hele rol. Omdat Aranka van zichzelf weet dat ze deze irrationele neiging toch heeft, is ze op maandag extra streng: geen koekjes, want dan is het hek van de dam voor de rest van de week.

2

3

CREËER HINDERNISSEN VOOR ONGEZONDE KEUZES

En ikzelf… pas over een maand mijn broek nog door mijn brood niet alvast te smeren. Bij Duwtje hebben we de fijne gewoonte om lang te lunchen. Lange tijd was het nadeel daarvan dat ik na elke lunch met een enorme after-lunch-dip op mijn bureaustoel zat te klagen over een te strakke broek. Aan die paar boterhammen of fancy salade die ik mee naar werk nam lag het niet, de voorraadkast van Duwtje is de boosdoener. Naast een gezellige lange lunch, hebben we namelijk ook een gezellige voorraad pindakaas, hagelslag en crackers waarvan iedereen gebruik mag maken.

Hoe kon het nu dat ik me telkens weer liet gaan? Een van de grootste lessen uit de sociale psychologie is dat we ons enorm laten beïnvloeden door wat de rest doet, zo ook op het gebied van eten. Nu is het niet zo dat mijn collega’s zo enorm veel aten. Wat zij wel deden, was hun lunch pas op het moment zelf bereiden (kaas schaven en plakjes komkommer als finishing touch, salade in elkaar draaien, etcetera). Het gevolg: op het moment dat ik mijn ’s ochtends gesmeerde broodjes al achter de kiezen had, waren mijn collega’s pas toe aan hun eerste hap. Voor mij als ware food addict was het ondraaglijk om naar een leeg bord te staren terwijl er om mij heen nog werd gekauwd. En daar waren dan die pindakaas, hagelslag en crackers.

Tot op de dag dat ik een zeer effectieve gedragsveranderingstechniek op mij zelf toepaste: ‘leg hindernissen op voor het ongewenste gedrag’. Voortaan gooi ik ’s ochtends een stuk groente, zak brood en bakje humus in mijn tas en ben ik samen met mijn collega’s druk paprika’s aan het hakken en broodjes aan het smeren. Dan hoef ik na het eindigen van mijn lunch niet meer toe te kijken hoe anderen nog aan het eten zijn en begin ik fit aan het tweede deel van de werkdag.

DEEL JOUW DUWTJES!

 

Op deze manier dichten wij de kloof tussen willen (gezond zijn en blijven) en doen (sporten en gezond eten) een klein beetje meer. Geïnspireerd? Gebruik je eigen nieuwe huis of baan om eindelijk af te komen van jouw slechte gewoonte of leg wat obstakels op jouw weg naar ongezond eten. Laat je ons weten of het lukt?

Laat het ons weten op Facebook of Instagram. Ook jouw tips om om te gaan met alledaagse verleidingen zijn meer dan welkom!