GASTBLOG

Een kijkje bij de Duwtje Masterclass

Gesneuvelde aannames en de oplossingen-valkuil…

Gastblog: Karen Hitters, adviseur gezond en duurzaam voedselgedrag, Volksgezondheid, gemeente Utrecht

Welkom bij de Masterclass ‘Werken met Gedragskennis’! Samen met een divers pluimage aan collega’s heb ik mij laten inspireren en de oren laten wassen over werken met gedrag in de praktijk. Veel weten en lezen over gedrag is één; dit helpt mij in gesprekken met mensen, in presentaties, in blogs en artikelen. Deze kennis gestructureerd inzetten om tot een werkende gedragsaanpak te komen, is twee, drie, vier en vijf. Daar komt wel even wat bij kijken. Het is vergelijkbaar met levenskunst, leren stilstaan, leren reflecteren, leren luisteren zonder oordeel, durven experimenteren, leren afscheid nemen…

Nudging is geen trucje maar een vak! Vliegbrevet nodig!

Het bureau Duwtje verzorgde deze masterclass. Leren werken met gedragskennis betekent vlieguren maken en dat vliegbrevet hebben zij! Dat was me eigenlijk op dag 1 van de masterclass (4 oktober) al wel duidelijk. Waar deze dag nog comfortabel begon met prikkelende theorie over ons impulsieve en reflectieve brein en inzichten in een aantal gedragsbepalende factoren, zoals normen, mogelijkheden, motivatie en weerstand, ging dit al snel over in het kritisch bekijken van de ingebrachte casussen. Is dit wel echt een probleem? En wat is dan het gedrag dat anders zou moeten?

Een nudge (duwtje) is pas te ontwikkelen als de basis op orde is. Zijn de omgevingsfactoren dusdanig dat het nieuwe gedrag ook uit te voeren is? Denk aan aanwezigheid van afvalbakken als het gedrag dat je wilt bereiken ‘afval netjes weggooien’ is. En last but not least, maak het klein en simpel, dat gedrag. Nou, ik kan je vertellen dat dit niet simpel is om te doen. Klein maken vergt keuzes maken en focussen. Als je wilt dat mensen zich gezonder gaan gedragen, dan kun je je op 1000 dingen richten. Wat dan als eerste? Van 999 dingen afscheid nemen (voor nu). Au.

Mijn casus ging over samenwerking met de afdeling Ruimte. Ik wilde dat graag want ik denk dat de fysieke omgeving veel invloed heeft op mensen hun voedselkeuzes. En na het beantwoorden van een hele serie kritische vragen, bleek het (nog) onmogelijk om het gedrag ‘samenwerken’ klein te maken. Ik wist er gewoonweg nog te weinig vanaf. Wat moesten deze collega’s dan gaan doen als ze met mij samenwerkten? Het was geen optie om het huidige werkgedrag van collega’s te observeren. Jammer, maar een leerzaam afscheid van deze casus. Ik heb mij aangesloten bij een casus over de Amsterdamsestraatweg.

Structuur is niet gelijk aan een snelle oplossing

Uiteindelijk maakte de casus eigenlijk ook niet heel veel uit voor het leerproces. Het ging om het gestructureerd leren werken met gedragskennis. Iedereen heeft dit gedaan aan de hand van deze stappen:

  1. Formuleer het doelgedrag: wat wil je bereiken?
  2. Schets het proces: achterhaal hoe de doelgroep tot het doelgedrag komt en teken deze stappen in een storyboard
  3. Analyseer het gedrag: observeer, doe interviews etc. Wat zijn mensen hun mogelijkheden, normen, motivaties, weerstanden? Wil je meer weten over deze gedragsfactoren? Zoom dan eens in op de foto hiernaast (p. 36 van het cursusboek).
  4. Creëer een duwtje (=nudge): a.h.v. geschikte gedragstechnieken een concept ontwikkelen.
  5. Bepaal wat het effect is geweest: doe een effectmeting.

Heerlijk, structuur. Zou je denken toch? Het geeft de indruk snel naar een oplossing te kunnen werken. Even stap 1 t/m 3 en dan een flitsende nudge verzinnen. Niemand zal het toegeven, maar ik weet zeker dat velen dit hoopten. De nudging-hype heeft ervoor gezorgd dat nudges synoniem lijken aan een leuke, snelle oplossing voor alles. De praktijk is echt anders. Het grootste deel van de cursustijd bestond uit analyse. Kun je een foto maken van het gewenste gedrag? Dat was het huiswerk tussen dag 1 en 2. Een foto is één moment, één beeld, één gedraging. Dat is een vak, zo’n beeld vangen, net als een nudge ontwikkelen.

Verloren tijd? 

De start van dag 2 (26 oktober) was verhelderend en verwarrend tegelijk. Het bleek dat de meesten geworsteld hadden met de formulering van het doelgedrag. Ook waren er wat peentjes gezweet bij het afstappen op en interviewen van de doelgroep. Na deze interviews rinkelde kinkelden verschillende aannames over deze mensen stuk. De verwarring was eigenlijk alleen maar toegenomen. Doelgedrag was nog niet concreet genoeg en leuke oplossingen die gaandeweg al verzonnen waren moesten weer overboord. Het was toch ook wel geruststellend dat ik niet de enige was geweest met deze worsteling. Wat verlangde iedereen naar een rijdende oplossingstrein. Een trein met een duidelijke bestemming, een vaste route, een vastgestelde aankomsttijd…

Voor het idee, uiteindelijk was het doelgedrag voor mijn Amsterdamsestraatweg casus als volgt: naar een blokbijeenkomst komen om gezamenlijk de gewenste uitstraling (van gevelreclame) voor de straat te bepalen. Viel dit in een foto te vangen? We hebben een poging gedaan. Zie hiernaast de ‘ondernemer die net aankomt bij de bijeenkomst, druk is, en gaat zitten’.

Al dat gediscussieer en geanalyseer voelde toch ook soms wel als verloren tijd. Ik hoorde sommigen zeggen: “Zonder al deze stappen was ik ook wel op een leuk concept uit gekomen. Wat maakt dat het nu beter wordt?”. Ik ben het hier niet mee eens. Ik denk juist dat een gedegen analyse helpt om uiteindelijk een onderbouwde keus te maken, iets waar iedereen echt wat aan heeft (meer dan dat het leuk is).

Foto van het doelgedrag

Werk aan vertrouwen, verantwoording en verwachtingsmanagement

Op de laatste dag (14 november) heerste er eigenlijk nog steeds chaos. Al het analysemateriaal hing weer aan de muur en ik kon er nog geen chocola van maken. Waar we ons op dag 2 nog moesten inhouden bij het ontwikkelen van zogenaamde ‘duwtjes’, mochten we nu eindelijk onze gang gaan.

De verandergrafiek gaf houvast. Is het gedrag makkelijk of moeilijk te veranderen (door mij/ gemeente) op de x-as en heeft de gedragstechniek een grote of kleine impact op het gedrag (y-as). De rechterbovenhoek vulde zich met kansrijke aanknopingspunten voor het ontwikkelen van een gedragsconcept. Welke past bij de analyse die we gedaan hebben? Uiteindelijk is het nooit één gedragstechniek die je gebruikt. Het is een totaalconcept (lees aanpak), bestaande uit een verzameling gedragsinzichten en –technieken.

Een golf van opluchting leek wel door de ruimte te gaan toen we de opdracht kregen een kernachtige headline voor ons totaalconcept (lees aanpak) te gaan ontwikkelen. We kunnen verder! Nee, stop! Toch nog pas op de plaats. Eerst nog de opdracht te bespreken wie of wat we nou nodig zouden hebben om verder te komen met ons concept en deze werkwijze. Intern en extern zijn er altijd mensen die twijfels gaan hebben. Gemor in de groep, want we hebben toch nog niet eens een concept? Uiteindelijk bleek het toch een zeer relevante vraag waaruit een aantal waardevolle inzichten kwamen…

DE DRIE BELANGRIJKSTE INZICHTEN

Bezuinig nooit op de analyse! Want de onderbouwing ga je heel hard nodig hebben.

Er is durf nodig, bij jezelf en bij eventuele projectleiders en bestuurders. Durf te experimenteren!

Werk aan Vertrouwen, Verantwoording en Verwachtingsmanagement.

HOE?

Gebruik voorbeelden (bv. uit andere steden) om aan te geven dat de manier van analyseren werkt (let op: één op één kopiëren van een aanpak werkt meestal niet)

Help anderen om de verantwoording te kunnen doen die nodig gaat zijn

Timmer je aanpak niet dicht. Geef ruimte aan de ander voor inbreng

Betrek je doelgroep, en andere spelers in het veld, zorg voor draagvlak.

Manage verwachtingen over mogelijke uitkomsten, grootte van de doelgroep, etc.