DE FORENS HEEFT NIETS MET DUURZAAMHEID, 

WEL MET FLEXIBILITEIT 

Van benzine naar elektrisch, maar eigenlijk van auto naar de fiets of het OV. Mobiliteitsbeleid draait tegenwoordig vooral om duurzaamheid. Althans, dat zou je denken. Niets is namelijk minder waar als het om de keuzes van werknemers gaat. Die hebben maar weinig te maken met duurzaamheid. En dat terwijl werkgevers zich maar al te graag profileren als “groenste werkgever van het jaar”. Waarom is er zo’n mismatch en wat kunnen werkgevers wél doen om een win-win situatie te creëeren?

INTRINSIEKE MOTIVATIE IS EEN WEEGSCHAAL

Een veel voorkomende vraag die wij krijgen van werkgevers: “Hoe zorg ik ervoor dat mijn werknemers intrinsiek gemotiveerd zijn om vanuit duurzaamheidsredenen de auto vaker te laten staan?”. Ons pijnlijk confronterende antwoord: je kunt mensen niet intrinsiek gemotiveerd “maken” als het vonkje voor duurzaamheid ontbreekt. Heb je weleens geprobeerd om van een vegetariër een vleeseter te maken? De o, zo geliefde route van ‘houding’ naar ‘gedrag’ is een lange weg.

Het is echter niet zo dat de forens duurzaamheid en klimaatverandering niet belangrijk vindt. De reismotivatie is een soort weegschaal, waarbij subjectieve zaken zoals de behoefte aan flexibiliteit, betrouwbaarheid en autonomie veel zwaarder wegen. De automobilist lijkt deze zaken te missen in het openbaar vervoer.

DE WEG VAN DE MINSTE WEERSTAND

Toch lijkt intrinsieke motivatie niet het belangrijkste element om mensen in beweging te krijgen als het gaat om mobiliteit. Voor deze gedragsverandering is namelijk ook een systeemverandering nodig. Het huidige beleid van werkgevers duwt mensen vooral de verkeerde kant op.

“Zolang ik een leaseauto heb zou ik niet weten waarom ik over mijn vervoer zou nadenken”. Een typisch voorbeeld van het effect van de ‘default’ oftewel de standaard-optie. Mensen blijven het liefst zitten waar ze zitten, veranderen kost moeite. Zolang er geen reden is om de heroverweging van de vervoerskeuze prioriteit te maken, is het niet gek dat dit puntje nooit wordt afgevinkt. De keuze die je bij indiensttreding maakt is bepalend voor de rest van je loopbaan bij die werkgever. Werkgevers reageren daarop vaak met “men kan de vergoeding gewoon wijzigen” of “je mag hier iedere 3 maanden wisselen van lease auto naar OV kaart”. Daarbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat werknemers nooit hun reis heroverwegen wanneer ze daar niet toe geprikkeld worden. Zo zou het een idee kunnen zijn om vergoedingen jaarlijks te laten vervallen zodat mensen die heroverweging wel maken en kiezen wat op dát moment bij je situatie past.

De reiskeuze en het reisplezier van de forens hangt bovendien samen met het aantal overstappen dat men tussen vervoermiddelen moet maken. We geven de voorkeur aan ‘single-use’ transport: overstappen van fiets op trein voelt al ingewikkeld. Op het moment dat mensen denken dat een reis moeilijk te maken is, of wanneer ze naar meerdere locaties op één dag moeten, dan haken ze sneller af. Deze ervaren complexiteit is een alsmaar terugkomend struikelblok voor de forens. Slechts het wijzigen van je reiskostenvergoeding kan al een brug te ver zijn omdat je daarvoor allerlei formulieren moet opvragen. 

BEST PRACTICE

ABN AMRO stuurt nieuwe medewerkers standaard een OV jaarkaart toe. Voor een reiskostenvergoeding moet je net wat meer moeite doen. Resultaat? De meeste mensen gaan (en blijven) met het OV reizen!

MIND THE GAP

Daarmee staan werkgevers heel anders in dit vraagstuk dan hun werknemers. Zij willen namelijk wél vanuit duurzame idealen dat hun werknemers andere keuzes maken; bij voorkeur uit zichzelf. Maar de werkgever heeft vaak niet door dat juist hij veel drempels opgooit. Zo zien we bij pilots vaak dat na afloop alle voorzieningen weer wegvallen. De OV kaart mag je weer inleveren en de financiering van de e-bike (á €2.000) waar je zo enthousiast over bent moet je zelf regelen. Niets is meer demotiverend!

De omgang met mobiliteit is ook niet altijd even consistent en eerlijk. Autorijders krijgen standaard een uitrijkaart als ze op zakenbezoek gaan terwijl de OV reiziger met lege handen staat. En wil je dan toch als autorijder een keer de trein pakken, moet je weer OV bonnetjes uitdraaien om het vergoed te krijgen. Daarnaast moeten fietsers hun stalen ros stallen in een klamme donkere fietsenkelder, terwijl automobilisten eersterangs kunnen parkeren alsof er een rode loper voor ze uitgerold wordt. 

JOUW TREIN, MIJN AUTO

En niet alleen de werkgever staat lijnrecht tegenover zijn werknemer. Ook onderling zijn er nogal wat verschillen tussen collega’s. De OV reiziger en autorijder, mensen met dezelfde behoeften en verlangens. Het is maar net wat je gewend bent. En wat een boer niet kent dat eet hij niet. Onbekend maakt onbemind. Veel mensen zien zichzelf ook als autorijder i.p.v. als OV reiziger of fietser, dat beïnvloedt je keuze. Die ‘andere wereld’ is niet aan jou besteedt. Het fascinerende is echter dat alle type reizigers dezelfde voordelen noemen van hun eigen vervoermiddel en lijken daarmee een compleet andere taal te spreken. Autorijders vinden het fijn om te kunnen bellen en denken dat niet in de trein te kunnen. Treinreizigers zien dit als geen enkel probleem. Autorijders vinden hun rit vooral ontspannend en denken bij het OV meteen aan ‘stress’. OV reizigers zien het precies andersom. Het zijn net mensen.

DUWTJE NODIG?

We zouden geen Duwtje heten als we niet ook naar oplossingen en best practices zouden kijken. Omdat er op vele terreinen nagedacht wordt over gedrag en mobiliteit hebben we onze kennis gebundeld met gedragsexperts van Arcadis, Ideate, de Vervoerregio Amsterdam en D&B. Onze belangrijkste inzichten, adviezen en lessons learned vind je in de twee onderstaande producten. Gratis en voor niets! Grijp deze kans dus meteen ;).

DOWNLOAD HIER EEN OVERZICHT VAN DE BESTE MOBILITEITSTIPS VAN GEDRAGSEXPERTS

ENGELSTALIG | NEDERLANDSTALIG